J.H.M. (Hans) Klein Hofmeijer was een beeldend kunstenaar die gedurende ruim vijftig jaar vanuit een sterke innerlijke noodzaak werkte. Zijn oeuvre omvat schilderijen, tekeningen, grafiek, sculpturen en publicaties. Centraal in zijn kunstenaarschap stonden het schilderen als fysieke handeling, de werking van lijn en kleur, taal, landschap, concentratie en de zoektocht naar wat achter het zichtbare schuilgaat.
Zijn atelier in Oostelbeers vormde de vaste basis van zijn kunstenaarschap. Van daaruit ontwikkelde hij een persoonlijk en voortdurend veranderend oeuvre. Regelmatig trok hij zich terug in Zuid-Frankrijk of aan de Zeeuwse kust. Juist in die afzondering vond hij de ruimte om zijn werk verder te onderzoeken.
Op achttienjarige leeftijd koos Hans Klein Hofmeijer volledig voor de kunst. Overdag werkte hij in zijn atelier in Gilze-Rijen en ’s avonds volgde hij aan de Academie voor Beeldende Kunst St. Joost in Breda de opleidingen vrije schilderkunst en monumentale vormgeving. In 1979 studeerde hij in beide richtingen met lof af.
De aandacht voor het fundamentele schilderen aan St. Joost en met name het werk van de Amerikaanse schilder Robert Ryman waren belangrijk voor zijn vroege ontwikkeling. Na zijn opleiding woonde en werkte hij in Tilburg en nam hij deel aan verschillende groepstentoonstellingen.
Een belangrijke rol speelden zijn regelmatige bezoeken aan het Van Abbemuseum in Eindhoven, waar hij onder directeur Rudi Fuchs kennismaakte met de internationale avant-garde van de jaren zeventig en tachtig. Het werk van kunstenaars als Carl André, Joseph Beuys, Anselm Kiefer, Daniel Buren, Richard Long, On Kawara, Jannis Kounellis, Mario Merz, Giuseppe Penone en Gerhard Richter verbreedde zijn blik op de mogelijkheden van de beeldende kunst. In 1982 bezocht hij voor het eerst Documenta in Kassel.
In 1983 vestigde Hans zich met zijn vrouw Marja in Oostelbeers. De boerderij en het atelier werden vanaf dat moment de vaste basis van zijn leven en werk. Hier groeide ook hun gezin: tussen 1985 en 1992 werden hun vijf kinderen geboren.
In de jaren tachtig ontwikkelde hij grote, monumentale werken waarin schilderkunst, materiaal en ruimte samengingen. Een belangrijk voorbeeld is het ruim zes meter brede vijfluik Zonder titel nr. 11. In 1986 realiseerde hij het omvangrijke ruimtelijke werk Zonder titel nr. 112, bestaande uit 4.800 gegoten elementen.
Hij exposeerde regelmatig bij onder meer Galerie Zero in Tilburg, De Krabbedans in Eindhoven en tijdens de Tilburgse Kunst Manifestatie. Zijn werk werd besproken in de regionale en landelijke kunstpers en vond geleidelijk zijn weg naar openbare en particuliere collecties.
Aan het einde van de jaren tachtig ontstond een omvangrijke serie zogenoemde ‘kussenschilderijen’. Het doek kreeg een ruimtelijke vorm en werd letterlijk een object. De afmetingen waren groot en de fysieke handeling van het schilderen werd steeds belangrijker.
Tegelijkertijd hield Hans zich bezig met werken op papier en grafiek. Bij Grafisch Atelier Daglicht in Eindhoven maakte hij kennis met verschillende grafische technieken. In deze periode verscheen ook de tweetalige publicatie The Painting of Hans Klein Hofmeijer, met een tekst van Frits de Coninck.
Zijn werk werd onder meer opgenomen in de reizende tentoonstelling Bleu, Blanc, Rouge en in de collectie van het Noord-Brabants Museum. Ook galerieën en veilinghuizen in Nederland en Engeland besteedden aandacht aan zijn werk.
Vanaf 1991 veranderde zijn manier van werken ingrijpend. Hans trok zich steeds meer terug in zijn atelier en wilde zich losmaken van de directe invloeden van de kunstwereld uit de voorafgaande decennia. Hij sprak zelf over het ontwikkelen van een ‘open mind’-mentaliteit.
De kussenvorm verdween. Hij ging ongeprepareerd linnen rechtstreeks bewerken met beits. Naast de nummering kregen werken steeds vaker een titel. Taal werd daarmee een steeds belangrijker onderdeel van zijn beeldende denken. Het werk Schilderspotentie nr. 299 uit 1994 is hiervan een belangrijk voorbeeld.
In de jaren negentig verdiepte Hans zich verder in grafiek en beeldende taal. Hij maakte onder meer de cassette Het oneindig zwart en de serie De geschilderde tijd van het schilderen. Ook begon hij in 1993 met GANG, een maandelijkse atelier-beeldbrief waarmee hij belangstellenden rechtstreeks op de hoogte hield van de ontwikkelingen in zijn werk. Deze beeldbrief verscheen zes jaargangen.
Zijn belangstelling voor de internationale kunstwereld bleef groot. Hij volgde met name het werk van Carel Visser en bezocht vanaf 1992 de belangrijke tentoonstellingen die door Jan Hoet werden samengesteld. De Belgische kunst maakte grote indruk op hem. Kunstenaars als Thierry De Cordier, Berlinde De Bruyckere, Raoul De Keyser, Luc Tuymans en Philippe Vandenberg boden hem nieuwe perspectieven.
Vooral de persoonlijke zoektocht van De Cordier en de kwetsbaarheid in het werk van De Bruyckere raakten hem. Niet zozeer een bepaalde stijl, maar de menselijke intensiteit achter het kunstwerk werd voor Hans steeds belangrijker.
Vanaf het einde van de jaren negentig verschoof zijn aandacht opnieuw. Hij maakte steeds meer werk op klein formaat, met een intiemer en geconcentreerder karakter. Rond 2000 ontstond de serie Momenten van bezigheden.
Een belangrijke ontwikkeling in het kunstenaarschap van Hans was het bewust opzoeken van afzondering. Werkperioden in Zuid-Frankrijk maakten duidelijk hoe vruchtbaar het was om zich tijdelijk los te maken van de dagelijkse omgeving. In 2001 verbleef hij er samen met schilder Frank van den Heuvel. In 2004 keerde hij terug.
In 2004 verscheen de publicatie over mooi. Rond deze uitgave ontstond het contact met Rick Vercauteren, destijds directeur van Museum van Bommel van Dam in Venlo. Dit werd het begin van een langdurige samenwerking. Het museum zou Hans’ werk gedurende vele jaren volgen, aankopen, tentoonstellen en documenteren.
Tijdens zijn tweede werkperiode in Zuid-Frankrijk ontstonden de eerste Inktmannen. Dit motief keerde later regelmatig terug in zijn oeuvre. Ook het vergeestelijkte blauw kreeg een steeds duidelijkere plaats in zijn werk.
Vanaf 2007 trok Hans jaarlijks naar Zeeland om aan zee te wonen en te werken. Hij noemde dit zelf werken ‘aan de rand van het land’. De kust werd een plek van afzondering en concentratie. Hij keerde telkens terug met nieuwe tekeningen, dagboeken en werkboeken.
Deze verhouding tot het landschap werd zichtbaar in verschillende reeksen, waaronder Luister-tekeningen en Landschapsachtige verdiepingen. Het landschap werd daarbij niet zozeer letterlijk afgebeeld, maar bood ruimte om gedachten, gevoelens en vragen over het bestaan te onderzoeken.
In 2008 presenteerde Museum van Bommel van Dam een grote overzichtstentoonstelling met 110 werken van Hans Klein Hofmeijer. Tegelijkertijd verscheen de uitgebreide publicatie ochtendlicht. De tentoonstelling werd vastgelegd op de dvd Beschijningen.
De samenwerking met het museum groeide in de daaropvolgende jaren verder. Het museum kocht werk aan, ontving schenkingen en nam zijn werk op in verschillende tentoonstellingen. In 2011 werd Hans uitgenodigd voor Live Ateliers. Hij bracht een aanzienlijk deel van zijn atelier naar een museumzaal in Venlo en werkte daar een week lang te midden van zijn eigen werk, terwijl bezoekers het proces konden volgen. Onder de titel Kunstnest werd het atelier tijdelijk onderdeel van het museum.
Filmmaker en fotograaf Dré Didderiëns maakte in deze periode de film een stille taal, een filmisch portret van Hans en zijn manier van werken.
In de jaren rond deze projecten werkte hij aan reeksen als Concentratietekeningen, Organoïden, Vanitas gekras en Landschapsachtige verdiepingen. De tekening De intimiteit van de kunst nr. 908 werd later het uitgangspunt voor een omvangrijke serie monumentale schilderijen.
In 2013 begon Hans aan de omvangrijke serie Human Paintings. Deze werken zouden de laatste grote ontwikkeling binnen zijn schilderkunst vormen.
De Human Paintings kwamen voort uit zijn langdurige onderzoek naar de verhouding tussen schilder, schilderij, lichaam en geest. Het schilderij werd niet alleen een drager van verf, maar een plaats waar handeling, twijfel, concentratie en menselijke aanwezigheid samenkwamen.
Aanvankelijk hield Hans de serie grotendeels binnen de beslotenheid van zijn atelier. In 2015 werd voor het eerst een werk uit deze reeks buiten het atelier getoond, in Museum van Bommel van Dam. In 2016 waren elf werken van hem in het museum te zien.
Ook in België groeide de belangstelling voor zijn werk. Bij PAK, platform voor actuele kunsten in Gistel, werden in 2016 twee Human Paintings en vijf tekeningen opgenomen in de tentoonstelling This is not a Landscape. Het beeld Trying to understand nr. 954 was eerder al van Landgoed Anningahof in Zwolle naar Gistel overgebracht.
Een van de belangrijkste projecten uit de latere jaren was Artefact nr. 953 – Gapingen van mijn geest. Tijdens zijn verblijven aan de Zeeuwse kust werkte Hans aan tekeningen en materiaal voor deze bijzondere publicatie.
Artefact is meer dan een boek over zijn werk. Het is een kunstwerk waarin beeld, tekst, gedachten, tekeningen en documentatie samenkomen. Het project laat zien hoe nauw zijn dagelijks leven, het atelier en zijn kunstenaarschap met elkaar verbonden waren.
Op 13 mei 2018 werd Artefact nr. 953 – Gapingen van mijn geest gepresenteerd in De Pont Museum in Tilburg. Het project werd mede mogelijk gemaakt door bijdragen van het Mondriaan Fonds en het Harten Fonds. De presentatie kreeg aandacht in verschillende kranten en kunstpublicaties en werd tevens filmisch vastgelegd.
De publicatie werd opgenomen in de collecties van diverse museale en wetenschappelijke bibliotheken in Nederland en daarbuiten, waaronder de bibliotheken van het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Voorlinden en De Pont, maar ook die van Columbia University en het Getty Research Institute.
Na de intensieve periode rond Artefact keerde Hans terug naar de rust van zijn atelier. De Human Paintings werden verder ontwikkeld en er ontstonden nieuwe tekeningen.
Zijn belangstelling voor de kunstwereld bleef onveranderd. Hij bezocht tentoonstellingen van kunstenaars die voor hem belangrijk waren en bleef contact houden met collega-kunstenaars, curatoren, verzamelaars en schrijvers. Ontmoetingen in zijn atelier vormden een belangrijk onderdeel van zijn kunstenaarschap.
Tegelijkertijd bleef hij zijn eigen weg volgen. Zijn kunstenaarschap was gericht op een eigen zoektocht, eerder dan op het volgen van een stijl of stroming. Het draaide om onderzoek: kijken, ervaren, schilderen, tekenen, twijfelen en opnieuw beginnen.
Het oeuvre van Hans Klein Hofmeijer laat zich niet eenvoudig onder één noemer vangen. Zijn werk veranderde voortdurend van vorm, materiaal en schaal, maar de onderliggende houding bleef opmerkelijk constant.
Hij zocht naar de ruimte achter het zichtbare. Naar wat zich afspeelt tussen handeling en resultaat, tussen taal en beeld, tussen mens en landschap. Het atelier was daarbij niet alleen een werkplaats, maar een plek van concentratie en onderzoek.
Zijn monumentale schilderijen, kussenschilderijen, kleine werken, tekeningen, grafiek, beelden, Inktmannen, Human Paintings en publicaties kunnen worden gezien als verschillende verschijningsvormen van dezelfde voortdurende zoektocht.
Afzondering gaf hem de ruimte om scherper naar zijn werk en de wereld te kijken. De verblijven in Zuid-Frankrijk en Zeeland, het leven en werken in Oostelbeers en de vele uren in zijn atelier maakten daar deel van uit.
Hans Klein Hofmeijer overleed op 8 oktober 2025 in Oostelbeers. Hij liet een omvangrijk oeuvre na dat sterk verbonden is met zijn leven, zijn atelier en zijn voortdurende zoektocht naar een beeld dat zich niet zomaar laat vastleggen.
Zijn werk blijft daarmee uitnodigen tot kijken, vertragen en opnieuw kijken.